Werkkamp Twilhaar
Op 25 april 1942 zouden Amsterdamse joden vanaf het Amstelstation naar o.a. Twilhaar worden gezonden, maar er is toen in Nijverdal geen van die mensen waargenomen. Die dag kwamen in Overijssel voornamelijk Amsterdammers terecht in kampen als Arrien, De Conrad, De Vecht en Molengoot. In de zomer van datzelfde jaar werden Groningers naar onder andere Twilhaar, Balderhaar en Kloosterhaar gezonden.
Op 10 juli 1942 arriveerde de eerste groep joodse mannen van 83 joodse mannen. Kampbeheerder Hoijmann: "Het waren allemaal mensen uit de stad Groningen. Nog vol moed en gein." Deze groep werd later aangevuld met iets meer dan twintig joden uit Amsterdam en Tilburg. Daarmee was het kamp (dat circa honderd personen kon herbergen) vol.
Aanvankelijk was het regime mild. De mannen werd toegestaan het kamp te verlaten en zich vrij in Nijverdal te bewegen. Censuur op brieven was er niet en er mocht bezoek worden ontvangen. Maar al na een maand werden de duimschroeven aangedraaid. De beheerder van Twilhaar werd door de bezetter naar het strafkamp Erika in Ommen op cursus gestuurd om te leren hoe hij joden kon pesten.
De joodse dwangarbeiders hebben onder toezicht van medewerkers van Staatsbosbeheer een perceel grond van 200 bij 100 meter bouwrijp gemaakt voor inplant. De mannen hebben niet de tijd gekregen ook daadwerkelijk bos op de Heuvelrug aan te planten.
